Productiebedrijven
Elke maandagochtend ontvangt de bedrijfsleider één pagina met late orders, uitval en de nacalculatie van afgesloten orders, samengesteld uit ERP, werkbonnen en boekhouding.
De bedrijfsleider van een productiebedrijf wil maandagochtend weten wat er vorige week is gebeurd en wat deze week moet vertrekken: welke orders te laat zijn, hoeveel uitval er was, welke machines bezet waren en welke orders met winst of verlies zijn afgesloten. Die cijfers zitten in het ERP, in de planning, in de uren van de werkplaats en in de boekhouding.
Meestal maakt de werkvoorbereider of de administratie een overzicht uit meerdere exports, op vrijdagnamiddag of zondagavond. De kolommen heten overal anders, een artikelnummer staat soms met een spatie, en de nacalculatie, wat een order werkelijk kostte tegenover de offerte, wordt maar voor een deel van de orders gemaakt omdat het te veel werk is.
Daardoor wordt er op gevoel gestuurd. Een artikel dat al maanden verlies maakt, wordt herhaald omdat niemand het weet, en een late levering komt aan het licht als de klant belt.
We lezen het ERP, de uren per order en de uitvalregistratie, en leggen met jullie vast wat telt als te laat (afgesproken datum of laatst bevestigde datum), wat als uitval en hoe de marge berekend wordt. Die definities zijn van jullie en staan op papier.
Elke maandag om 7 uur ligt er een pagina in de mailbox: orders die te laat zijn, orders die deze week moeten vertrekken, uitval per week en per artikel. Bestaat er een registratie van machinebezetting, dan staat die erbij.
Voor elke order die vorige week werd afgesloten, staat de voorcalculatie naast de werkelijke uren en het werkelijke materiaal, met de marge. De vijf grootste afwijkingen staan bovenaan.
Een artikel dat herhaaldelijk meer uren kost dan gecalculeerd, wordt gemarkeerd. Of de tarieven of tijden in de offerte-tabel worden aangepast, beslist de bedrijfsleider. De automatisering verandert geen prijzen.
De bedrijfsleider overlegt met de werkvoorbereider en de uitvoerder aan de hand van de pagina. Kloppen cijfers niet, dan wordt de bron gecorrigeerd en niet het rapport.
Voorbeeld: weekrapport van een kunststofverwerker met dertig mensen
Dit is een fictief voorbeeld ter illustratie. Het rapport van een maandagochtend meldt dat 4 van de 31 orders van vorige week te laat vertrokken, telkens met dezelfde oorzaak: een matrijs die naar de herstelling moest. De uitval bedroeg 3,1 procent, waarvan het grootste deel op één artikel. Van de zes afgesloten orders had één een marge onder de 5 procent doordat het omstellen drie keer langer duurde dan gecalculeerd. De bedrijfsleider neemt dat punt mee naar het overleg met de werkvoorbereider. Alle cijfers zijn verzonnen.
Fictief voorbeeld ter illustratie, geen klantresultaat.
Rapporten gaan standaard naar mensen binnen het bedrijf. Een rapport voor externen, zoals een bank of aandeelhouders, gaat eerst naar een verantwoordelijke ter controle. De toelichting beperkt zich tot wat in de cijfers staat. Interpretatie en beslissingen blijven bij jullie, en wijzigingen aan definities gebeuren op jullie vraag.
Het rapport toont wat geregistreerd is. Registreren jullie uitval of uren per order nog niet, dan starten we met materiaal en leverdata en bouwen we de registratie op met een werkbon. Een ontbrekend cijfer blijft zichtbaar als ontbrekend.
Een eenvoudige webpagina kan, die je op een scherm opent. We starten met het mailrapport en bespreken in de scan of een scherm voor jullie zinvol is.
Nee. Het is een vast rapport met een beperkt aantal cijfers dat elke week hetzelfde is. Wil je zelf kunnen filteren en grafieken maken, dan kan een BI-tool nuttiger zijn, en dat zeggen we dan ook.
Even nauwkeurig als de geregistreerde uren en de ingeboekte materialen. Zijn de uren per order slordig, dan toont het rapport dat ook, bijvoorbeeld met het aantal orders zonder uren. Het cijfer wordt nooit mooier gemaakt.
Werkt dit ook bij jullie? Dat zien we in een gesprek van 20 minuten.
20 minuten, telefonisch of op video. Gratis. Past het niet, dan zeggen we het.